Wat neem je altijd mee op bergwandeltocht?

Wat neem je altijd mee op bergwandeltocht?

Print

Op een wandeling in de bergen heb je andere materialen nodig dan bij een wandeltocht in Nederland. In outdoorwinkels is er een enorm assortiment aan kleding en uitrusting voor bergwandelen te koop. Zo veel dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Maar wat is noodzakelijk, wat is nuttig en wat is overbodig? 

Het belangrijkste wat we je willen meegeven is dat je niet te veel mee neemt, maar juist wel die dingen die een noodgeval kunnen voorkomen, en/of nuttig zijn wanneer het een keer tegenzit. Het is niet nodig om per se de duurste hightech producten te kopen voor een bergwandelvakantie. Natuurlijk zijn duurdere producten qua pasvorm, functionaliteit en gewicht vaak beter dan goedkopere producten, maar ook die voldoen prima. We geven je een aantal tips die je kunt gebruiken bij het kopen van je bergwandeluitrusting. 

Schoenen

Goede schoenen zijn de bepalende factor voor goed en plezierig bergwandelen, net als de bijbehorende sokken. Outdoorwinkels kunnen je hierover het best informeren. Pasvorm is naast het juiste type schoen voor de specifieke activiteit het belangrijkste criterium.  

Wandel/bergschoenen worden naar inzetbereik geclassificeerd:

  • A-schoenen zijn lage wandelschoenen, erg geschikt voor (dag)wandelingen over goede paden zonder grote hoogteverschillen. Ze geven veel vrijheid bij de enkel en bij het afwikkelen van je voet, maar zijn minder geschikt voor paden met losse stenen of sneeuw. Approach-schoenen vallen ook binnen deze categorie.
  • B-schoenen worden trekkingschoenen of softwalkers genoemd en zijn geschikt voor lange bergwandelingen en voor technisch niet te moeilijke huttentochten. Deze schoenen geven meer steun aan voet en enkels dan lage schoenen en hebben door een buigzame zool en dempingkussen een hoog loopcomfort. De hoge schacht voorkomt dat steentjes, sneeuw en nattigheid door lang gras in de schoen komt. De zool van dit type schoen is te zacht om goed treetjes te schoppen of houvast te bieden in bevroren sneeuwvelden.  
  • C-schoenen zijn stugger dan B-schoenen en hebben een stijvere zool, die soms verstevigd is en waaronder meestal stijgijzers passen. C-schoenen zijn bedoeld voor mensen die huttentochten door hoogalpien terrein met sneeuwvelden maken.  
  • D-schoenen hebben een volledig stijve zool en zijn bedoeld voor hoogalpiene tochten in sneeuw en ijs. Voor de wandelaar zijn deze schoenen ongeschikt. Het minder goede loopcomfort door de stijve zool maakt dat ze minder geschikt zijn voor wandelpaden. Het heeft dus geen zin dit soort schoenen te kopen als je ze niet nodig hebt.
  • E-schoenen: variant op de D-schoen die door betere koudebestendigheid en geïntegreerde gamaschen bedoeld is voor hooggebergte en grote koude.
Lees in het artikel 'Wie de schoen past?' meer over bergschoenen.

Rugzak

Kies een rugzak die past bij het gebruik. Neem voor dagwandelingen een lichte rugzak van 20 tot 30 liter. Voor meerdaagse huttentochten is een volume van 40 liter voldoende. Voor trektochten met complete kampeeruitrusting heb je een rugzak nodig met een inhoud van 55-70 liter. 

Kleding

Bergsportkleding moet in de eerste plaats functioneel en duurzaam zijn en een goede bescherming bieden tegen kou, wind, regen en sneeuw. Het ‘meerlagensysteem’ heeft bewezen het meest efficiënt te zijn:

  1. Een onderlaag die het transpiratievocht afvoert en de huid droog houdt
  2. Daaroverheen één of meerdere isolatielagen die sneldrogend en ventilerend zijn om je warm te houden;
  3. En tot slot een buitenlaag die beschermt tegen wind en regen.

Het lagensysteem biedt veel aanpassingsmogelijkheden met een beperkte hoeveelheid kleding. Neem kleding die gemaakt is van een modern (kunststof)materiaal of moderne (merino)-wol. Vermijd katoen. Dat droogt langzaam en isoleert slecht in natte toestand. Kunstvezels en (merino)wol daarentegen nemen niet of nauwelijks vocht op en wegen zowel droog als nat veel minder.

Onderlaag
De onderlaag bestaat uit ‘hightech’ thermokleding. Een tweede thermoshirt is nuttig bij grote kou, of om op de hut aan te trekken na de tocht.

Isolerende tussenlaag
De tweede laag zorgt voor warmte en isolatie en bestaat uit één of twee dunne fleecetruien. Winddicht fleece (windstopper) is prijziger en minder ademend dan gewoon fleece, maar wel goed winddicht als je geen jas draagt. Een bergbroek moet winddicht zijn en snel drogen, en is daarom het beste gemaakt van kunstvezel, eventueel in combinatie met katoen (meer comfort). Stretchmateriaal is prettig voor meer bewegingsvrijheid. Versterkingen aan knieën en zitvlak verlengen de levensduur.

Buitenste laag
De buitenste laag moet wind- en waterdicht zijn. Inmiddels zijn er zo veel matrialen op de markt dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Laat je voorlichten in de buitensportwinkel.

Wanneer je doorgaans wandelt in een winddicht fleecejack en je een jas alleen nodig hebt als het hard gaat regenen, dan is het de moeite niet waard een ultralicht state-of-the-art outdoorjack te kopen dat een vermogen kost. Hoe vaak heb je het immers echt nodig?

Een overbroek (regenbroek) beschermt je benen tegen regen en kou. Het is handig wanneer je een overbroek kunt aantrekken zonder je bergschoenen uit te hoeven doen. Een rits in de broekspijpen is daarvoor noodzakelijk. Gebruikt eventueel ook gamaschen die kunnen voorkomen dat sneeuw in je schoenen komt. Het is handig als ze een haakje of bandje hebben dat voorkomt dat ze omhoog 'kruipen'.

Handschoenen, kraag/col en muts horen ook ’s zomers bij de standaard bergwandeluitrusting. Tip: een bivakmuts bedekt zowel nek als hoofd en biedt een onovertroffen warmte/gewichtsverhouding. Tip 2: een pet voorkomt dat je op warme dagen een zonnesteek oploopt en beschermt je huid tegen de intense zonnestraling op hoogte. 

Bril en lampjes

Een goede zonnebril is een belangrijk onderdeel van de uitrusting. Hoe hoger in de bergen, hoe feller het zonlicht. (Verse) sneeuw zorgt voor extra reflectie van het zonlicht. Dat kan leiden tot geïrriteerde ogen of zelfs tot sneeuwblindheid. Ga je zomers de bergen in? Kies minimaal een bril van categorie 3. Ga je 's winters op pad of ga je het hooggebergte in, kies dan eventueel een bril van categorie 4 die nauw op het gezicht aansluit. 

Een zaklampje voor in de hut is praktisch; een hoofdlampje is vereweg het handigst. Vergeet in de hut niet een lakenzak, die verplicht is en je NKBV-pasje voor de korting op de overnachting.

Altijd in de rugzak

Sommige dingen heb je altijd bij je in de bergen. Ook als je dagtochten maakt vanuit het dal:
  • Eten en drinken
  • Fleecetrui
  • Jas 
  • Lichte regenbroek
  • Muts
  • Handschoenen
  • Oriëntatiemiddelen
  • EHBO-setje
  • Noodsetje bestaand uit een aluminium reddingsdeken, zaklampje (voor wanneer de tocht uitloopt), zakmes, fluitje, mobiele telefoon, en reparatiemateriaal zoals sporttape en een stukje touw

Niet vergeten

Vergeet niet voordat je op pad gaat, je uitrusting thuis rustig en op tijd uit te proberen. Zo kom je onderweg niet voor verrassingen te staan. Moet je nog veel aanschaffen? Als NKBV-lid krijgt je bij Bever altijd 10% korting op het assortiment. 

Auteur: Harald Swen

Print
Deze site maakt gebruik van cookies. Meer info?