10 tips winterwandelen

10 tips winterwandelen

Print

Wandelen in de het verstilde winterlandschap is een geweldige ervaring. Steeds meer mensen trekken dan ook in de winter naar bergachtig terrein voor wandel- en trektochten. Omdat niet de hoogte, maar het soort terrein belangrijk is, kun je ook in de Ardennen, het Sauerland, de Vogezen of de Jura winterwandelen. Daar ligt ’s winters voldoende sneeuw voor winterse (berg)tochten. 

Je hoeft om te winterwandelen geen grote investeringen te doen. Met je normale bergschoenen en wat extra warme kleren kom je een heel eind. Een geschikt pad vinden is niet moeilijk. In veel wintersportgebieden lopen gespoorde winterwandelpaden waarop je niet wegzakt in de sneeuw. Voor deze paden heb je dus geen langlaufski's of sneeuwschoenen nodig.

Omdat 's winters wandelen doorgaans meer vraagt van je lichaam, materiaal en oriëntatie geven we je hieronder een aantal tips om voorbereid veilig op pad te gaan.

1. Breng je conditie op peil

Wandelen in winterwonderland is prachtig, maar het vraagt wel wat meer van je conditie. Lopen in de sneeuw is lastiger dan op een sneeuwvrij pad. Bovendien heb je meer spullen in je rugzak. Zorg daarom dat je traint voordat je een lange tocht maakt. Loop langere afstanden in Nederland, bijvoorbeeld op het strand of plan een trainingsdag in de Ardennen of Eifel om te wennen aan heuvelachtig terrein. Eenmaal in de bergen kun je dan beginnen je met korte tochten, acclimatiseer je gelijkmatig en bouw je voldoende rustdagen in. Lees meer over Voorbereid, Verantwoord en Fit de bergen in.

2. Plan je tocht

Thuis kun je al beginnen aan je tochtvoorbereiding. Oriënteer je bijvoorbeeld met gidsen, kaarten en de Tochtenwiki, zodat je weet welke speciale winterroutes er zijn en waar rustgebieden zijn afgezet voor het wild. Eenmaal ter plekke vul je die kennis aan met informatie van het lokale VVV of het gidsenbureau. Check daar of je geplande route, de paden en hutten in de winter open zijn. Controleer tot slot ‘s ochtends voor vertrek het laatste lawine- en weerbericht. Zorg dat je alternatieven en omkeerpunten inplant voor wanneer er tijdens de tocht onverwachte obstakels zijn of een van je tochtgenoten het zwaar heeft.

3. Zet je wekker

Bij een goede planning hoort ook op tijd vertrekken. Dat is 's winter nog belangrijker dan in de zomer. Waar je in de zomer je wekker zet vanwege onweer in de namiddag, heb je in de winter te maken met veel kortere dagen. Neem daarom altijd een hoofdlampje mee per persoon en genoeg warme kleding voor als de zon verdwijnt. Let erop dat batterijen in de kou erg snel leeg raken, dus dat je extra batterijen mee hebt voor je hoofdlamp en smartphone. Het is verstandig om iemand op de plaats van vertrek te laten weten wat jullie gaan doen en hoe laat jullie terug zijn. Trek je naar een volgende slaapplaats, informeer dan ook iemand daar hoe laat je verwacht daar aan te komen.

4. Zorg voor warme kleding

Je wilt niet te zwaar bepakt op pad, maar er zijn een aantal spullen die je maar beter mee kunt nemen. Denk aan een extra paar handschoenen, een bivakmuts en een donsjas mee voor de momenten dat je stilstaat, uitrust of voor noodgevallen. Ook wandelstokken met brede (sneeuw)tellers zijn aan te raden. Een bivakzak/bothy en thermosfles mogen ook niet ontbreken naast de basisuitrusting die je zomers ook al in je rugzak hebt zitten: EHBO-set, extra eten/drinken, telefoon en powerbank, kaart/kompas en zonnebrandcrème.

5. Leer je oriënteren

In de winter kan het zomaar gebeuren dat er ’s nachts een dikke laag sneeuw valt en je vervolgens de paden of wegwijzers niet kunt vinden. Je moet je in dat geval goed kunnen oriënteren. Dat geldt voor zowel onherbergzame gebieden als de Ardennen of Jura. Wie wel eens in een white-out heeft gestaan, weet hoe onmisbaar kaart, kompas, hoogtemeter en GPS zijn, plus de kennis om daarmee om te gaan. Vermijd bij zo’n white-out steile hellingen vanwege het lawinegevaar. Neem altijd een goede topografische kaart (1:25.000) mee als back-up voor je GPS of smartphone.

6. Kies de juiste schoenen 

De hele dag banjeren door de sneeuw. Daar heb je stevige, waterdichte, warme schoenen voor nodig. Je kunt je bergschoenen aantrekken of speciale winterlaarzen. Maar check vooraf of je schoenen warm genoeg zijn en de zolen voldoende grip hebben. De zolen van je bergschoenen zijn ideaal voor je grip op de sneeuw. Check of je voeten ook warm blijven. Heb je extra sokken nodig, en passen de schoenen dan nog? Winterlaarzen zijn warm zat, maar deze hebben niet altijd voldoende grip op de soms bevroren sneeuw. Controleer dus vooraf welke schoenen je door de winter helpen. 

7. Train je tredzekerheid 

Oude sneeuw zorgt nog wel eens voor glijpartijen, zeker als je aan het eind van de dag de moeheid in je benen gaat zitten. Daarom is het handig om je tredzekerheid te trainen. In onverhard terrein zoals op het strand kun je je beenspieren goed laten wennen aan de ‘wiebeligheid’ die je ook in de sneeuw kunt ervaren. Daarnaast zijn er genoeg hulpmiddelen voor extra grip die je onder je zolen kunt bevestigen. Wandelstokken zorgen voor extra stabiliteit, dus zorg dat je die niet vergeet.

8. (Her)ken het weer 

Je hebt al gelezen dat je je geen zorgen hoeft te maken over warmteonweer aan het eind van de middag. Toch is het belangrijk dat je blijft letten op de tekenen van het weer. Zeker als je een winterwandeling maakt in de bergen, kan het weer extreem zijn en heel snel omslaan. Warmte in het dal kan een föhnstorm met ijzige wind betekenen op de berg. Check de weersvoorspelling vooraf, zorg dat je de tekenen van het weer kunt interpreteren en voorkom verrassingen tijdens je wandeling. Een weersomslag komt namelijk nooit onverwacht.

9. Doe rustig aan en geniet...

Plan een kortere tocht dan je in de zomer gewend bent. Omdat je door de soms verse sneeuw moet ploegen, ben je doorgaans langer onderweg en misschien pauzeer je daarom ook langer. Neem vooral de tijd om te genieten van het verstilde, witte landschap. Als je dan ook nog voldoende warm en lekker eten en drinken meeneemt, heb je ’s middags nog steeds bakken met energie. Een thermosfles en eventueel een lichtgewicht brandertje + pannetje kan een uitkomst zijn.

10. Respecteer de natuur

Geniet van de natuur, maar respecteer de leefwereld van dieren en planten. Als je een extra zakje meeneemt in je rugzak voor het afval, heb je je mobiele afvalbak altijd bij je. Maak daarnaast geen onnodig lawaai en wandel alleen waar het mag. In bijna alle skigebieden zijn grote delen van het terrein tot rustzone voor het wild bestempeld. De dieren moeten in de winter heel zuinig zijn met hun energie. Als ze door winterbergsporters of wandelaars gestoord en/of opgejaagd worden, verbranden ze daarbij kostbaar vet en kunnen in een strenge winter het loodje leggen. De regels verschillen van gebied tot gebied, maar meestal worden deze goed op kaarten in het wintersportgebied aangegeven. Voor Zwitserland is een online kaart van de Wildruhezonen beschikbaar. Let op dat de zones van jaar tot jaar kunnen verschillen. Check daarom elke winter in het gebied wat de actuele situatie is.

Geniet van je winterwandeling!

Ook handig om te weten:

Foto's: Aart Last/Willem Rietveld
Auteur: Harald Swen

Print
Deze site maakt gebruik van cookies. Meer info?