Word Lid!
NKBV bergsportreizen.nl
Zwitserland Special
Zuid Tirol
Lotto klein
NED Team shirt
Adverteren bij de NKBV
Twitter

Brenta Dolomiten

  • Nummer: 17
    Zwaarte: 3
    Ten ZW van Bolzano in Noord-Italië strekt zich als onderdeel van de zuidelijke kalkalpen een ca. 40 km lange bergketen uit, die in NZ-richting van Cles naar Tione loopt en als grenzen heeft aan de O-zijde het Nonsbergtal (Val di Non), aan de W-zijde het groen Rienztal (Valle Rendena), een opp. van ca. 750 km2 omsluitend.
  • De keten is bekend onder de naam van Brenta-Dolomiten. Men bereikt het gebied vanuit Nederland via Brennerpas, Bolzano en dan Mendelpas en de overgang van Campo Carlo Magno bij Madonna di Campiglio (vanuit Bolzano en Trento ook per bus bereikbaar).Het centrale deel van de Brenta, van Passo del Grostè tot Cima Tosa, is zowel alpinistisch als landschappelijk van overwegende betekenis. Het N en het Z deel blijven daarom in het navolgende vrijwel buiten bespreking. Wij verwijzen daarvoor naar de Literatuuropgave. Een zeer groot aantal prachtige, veelal grillig gevormde steile rotsen, rotswanden en rotstorens, vaak van diverse kleuren, staat in dit centrale deel samengedrongen op een klein oppervlak. Aan de bergwandelaar staat een uitgebreid net van uitstekende, goed onderhouden en met nummers gemarkeerde bergpaden ter beschikking, die pracht en wildheid van het land- schap volledig recht doen. Enige uitvoerig beveiligde rotsroutes (de z.g. ijzeren routes) doorkruisen op grote hoogte het hart van het gebergte en stellen de meer in hoogalpine tochten geoefende wandelaar in staat indrukken en landschapsbeelden te beleven, normaliter voorbehouden aan extreme klimmers.

    De gemakkelijkste toegangsroutes leiden vanuit Madonna di Campiglio (1522 m) hetzij via het Valsinella, hetzij met de kabelbaan naar de Monte Spinale (2093 m) of Passo Grostè (2443 m) in het gebergte. Het gebied is voorzien van uitstekend geaccommodeerde hutten, die allen ook maaltijden verstrekken. Evenals andere zuidelijk gelegen Dolomitengroepen is ook de Brenta sterk onderworpen aan nevelvorming in de middaguren. Dus vroeg op pad.

    In de beschrijving beperken we ons tot de meest klassieke wandelroutes uit de veelheid van mogelijkheden en beschrijven daarna enkele der 'ijzeren routes'; ook vindt u korte verwijzingen naar de belangrijkste aftakkingen en variatiemogelijkheden.

    Routebeschrijvingen
    1. Madonna di Campiglio (1522 m) - rifugio Graffer (2300 m, CAI, 50 pl., 1.1 - 31.12., tel. 0465-41358; 1 uur). Met de kabelbaan naar de Monte Spinale (2093 m). Geniet eerst van de instructieve blik in de W-zijde van het massief. Fraai uitzicht ook op de ijspyramide van de Presanella aan de overzijde. - Over vlakke almweiden naar de rifugio Graffer. Van de hut eventueel in een niet-eenvoudige, 8 uur durende tocht vanaf de Passo Grostè aan de O-zijde van de kam naar de rifugio Peller (2060 m, CAI, 40 bedden, 20.7 - 20.9).

    2. Rif. Graffer - rifugio Tuckett (2268 m, CAI, 68 pl., 20.6 - 20.9, tel. 0465-41226; eenvoudige wandelweg, 2½ uur, nr. 343/316). Na enkele schrale almweiden voert het pad door enige woeste bergstortingen in het Vallesinella. Het pad draait dan om een hoge rotswand naar de ingang van de flink vergletsjerde dalketel, waarin de hut ligt. Van de hut eenvoudig ongevaarlijk over de sneeuw naar de Bocca di Tuckett met prachtig uitzicht aan de O-zijde van het begin van de bekende Orsiweg, die naar de rif. Pedrotti voert.

    3. Rif. Tuckett - rifugio Brentei (2120 m, CAI, 80 pl., 20.6 - 20.9, tel. 0465-41102; 2½ u. nr. 328/318). De tocht heeft een grote variatie in landschapsbeelden. Men daalt af in W richting en passeert een blokkenzone. Bij de kromme lariks het linker pad volgen (fraai uitzicht op de Presanella). Het pad voert rechtstreeks naar de uit het Vallesinella omhoogleidende 'Sentiero Bogani'; hierover nu dalinwaarts met de prachtige 1200 m hoge Crozzon-noordpijler voor ons. (Rechts daarvan opent zich het Val Camosci met zijn kleine, ongevaarlijke gletsjer en de route die deels ongemarkeerd van de hut over de Bocca dei Camosci, 2770 m, naar de rif. XII Apostoli voert). Kort voor men de hut bereikt leidt het pad door een kleine tunnel waarna zich links het wilde hoogdal opent, dat zich in het bovendeel, van hier nog onzichtbaar splitst in de gletsjerketels van Brentei en Sfulmini, waarin de rif. Alimonta ligt. Het is interessant dit hoogdal, toegangsweg voor diverse ijzeren routes, te verkennen en te genieten van de wildheid van het berglandschap.

    4. Rif. Brentei - rifugio Pedrotti (rif.Tosa, 2496 m, CAI, 150 pl.,20.6 - 30.9, tel. 0461-47316; 2 uur). Een kort, interessant trajekt (nr.318), waarbij een sneeuwveld met middenin een met staaldraad gezekerde rotsrichel wordt overgestoken; verder eenvoudig. Langs een kleine kapel over geröllhellingen vlak onder de kleurrijke kalkwanden van het Val Brenta Alta; nu over het sneeuwveld en schuins rechts houden in de richting van een trapvormige richel die men met een staalkabel overwint. Langs de beroemde, scherp gesneden rotstoren van de Guglia di Brenta. Na de rotsrichel schuin naar links en over het sneeuwveld naar de Bocca di Brenta (2549 m). Nu in scherpe, korte wendingen dalen over rots en geröll naar de brede band, waarover in enkele minuten naar de hut. Prachtig uitzicht op de O-zijde van de Brenta. Vanuit de hut desgewenst afdalen naar Molveno, of via de Orsiweg aan de O-zijde van de kam over de Bocca di Tuckett terug naar de gelijknamige hut. Bij deze laatste overgang passeert men echter een loodrechte kloof over een 1 m brede band (de Sega Alta); ook is de gezekerde klim naar de Bocca di Tuckett zeer steil. In ieder geval is echter aan te bevelen deze Orsi-weg tot aan de Naso di Massodi te volgen en te genieten van het wilde Massodi-Kar, het wonder van de Guglia di Brenta en het uitzicht vanaf de Naso.

    5. Rif. Pedrotti - rifugio Agostini (2410 m, 44 pl., 20.6 - 15.9; 3 uur). Over de Sentiero Palmieri (nr. 320), een wat moeizame, eenvoudige wandeltocht over nogal stenig terrein. Van de hut in vrijwel een halve cirkel om het NW-deel van de Pozza Tramontana, een zeer grote doline. Aan de andere zijde, vrijwel recht tegenover de hut, verlaat het pad deze inzinking. Later steil omhoog en na een vlakke traverse door rotsachtig terrein naar de Forcolotta di Noghera (2423 m). Nu niet afdalen, maar vlak onder de wanden van de Ceda door op gelijke hoogte naar de hut, een partikuliere hut; akkomodatie, bediening en prijzen zijn echter gelijk aan die in de verenigingshutten. Prachtig uitzicht op de wanden van Cima Ambies en Cima Tosa. Door de rij aaneengesloten wanden, die het dal terzijde afsluiten, loopt een onvoorstelbare route, een aaneenschakeling van lange ijzeren ladders; de sentiero Ettore Castiglioni. Hiermee bereikt men op 2859 m hoogte de Bochetta dei Due Denti, van waar men eenvoudig, doch padloos over sneeuw de dalketel bereikt waarin de rif. XII Apostoli ligt. Deze route is reeds een der z.g. ijzeren routes, waarover straks meer wordt gezegd. Alléén voor goed geoefenden!

    6. Rif. Agostini - San Lorenzo di Banale (ca. 780 m, 4½ uur). Met de lange afdaling (nr. 325) door het groene Val Ambies naar San Lorenzo di Banale is de wandeltocht door het Brentamassief voltooid. Eventueel terug naar het uitgangspunt met het openbaar vervoer via Tione en Pinzolo.

    De 'ijzeren routes'
    In de Brenta zijn ook routes aangelegd, die hoog boven de voetpaden verbinding geven tussen de hutten. Deze routes maken gebruik van de vele natuurlijke banden, die de steile wanden onderbreken, een typisch geologisch verschijnsel in kalkgebergten, dat traverseringen vereenvoudigt; ze leiden over hoge, smalle en niet eenvoudig te bereiken pasovergangen, de 'bochette'. Op trajektdelen, die zonder deze hulpmiddelen slechts voor de goed geoefende klimmer toegankelijk zijn, wordt men met behulp van staalkabels, pinnen, voetsteunen en ijzeren ladders door de geëxponeerde delen geleid. Zij worden genoemd de 'ijzeren routes', in het italiaans: 'vie ferrate', in het enkelvoud 'via ferrata'. Bij deze tochten is men uiteraard vrij afhankelijk van de terreinsgesteldheid van het moment; informeert u ter plaatse naar de toestand van sneeuw en ijs en die van de vermelde hulpmiddelen. Vertrouw nooit blindelings op de degelijkheid en de bevestiging hiervan, iedereen dient iedere keer opnieuw de degelijkheid en bevestiging ter plekke te controleren. Er volgt nu een beschrijving van enkele routes, beginnende met het eindpunt van de wandeltocht en terugleidend naar het begin ervan.

    a. Rif. Agostini - Rif. Pedrotti (2496 m,4½ uur, nr. 304/320, de 'sentiero ideale'). Van de hut vrij steil over de morenen van het Val Ambies omhoog tot aan de voet van de oostwand van de Cima Ambies. De gletsjer traverseren over duidelijk zichtbare sporen. Na het passeren van de randspleet (bruggetje) omhoog (veel ijzerwerk!) naar de Sella della Tosa (2860 m) met veelomvattend uitzicht: Cima Ambies, Tosa-Türme enerzijds, Brenta Alta en Bassa, Sfulminikam en scherpe naald van de Guglia anderzijds. Nu langs de oostwand van de Tosa en de zuidwand van de Brenta Bassa, steeds langzaam dalend. Aan de voet van de laatste scherp naar links draaiend zonder verdere moeilijkheden naar de rifugio Pedrotti.

    b. Rif. Pedrotti - rifugio Brentei (2120 m, 4½ uur, nr. 305, de 'sentiero delle bocchette'). Van de hut naar de Bocca di Brenta (2549 m). Even voorbij de pashoogte zijn rechts enkele klimhaken, waarna een korte ladder naar een lange band door de wand van de Brenta Alta voert. Kort na het passeren van een nauwe kloof naar rechts over gevarieerd terrein en naar een hoger gelegen band. Een korte steile afdaling van een pijler van de Brenta Alta geeft bij sneeuw en ijs soms enige problemen; na het passeren van de zeer smalle band over een tweede pijler over eenvoudig terrein naar de Guglia Scharte. Van hier aan de O-zijde van de kam langs de Guglia en via in rotsen uitgehouwen grepen en treden naar een opvallende graattoren, de 'Sentinella'. Nu door de loodrechte wanden van de Sfulminikam langs zeer vele banden en door onverwachte kloven; bij de Canalone een fotografisch hoogtepunt. Op de hoek van de Torre di Brenta buigt de weg zich naar het W en kruist de kam wederom. Nu afdalen via een lange rij ladders vrijwel loodrecht naar de Bocca dei Armi (2740 m). Over de spletenloze Sfulminigletscher via de Rif. Alimonta naar de rif. Brentei. Daarbij passeert men de richtingwijzer die het volgende traject aanwijst.

    c. Rif. Brentei - rifugio Tuckett (2268 m, 3 à 4 uur, nr. 305, de 'sentiero SOSAT'). Bij de hiervoor genoemde richtingwijzer het linkerpad nemen en via een korte kloof met twee ladders naar een brede band. Hierover daluitwaarts tot het hoekpunt van de Punta di Campiglio; een prachtig panorama op Crozzon en Adamello. Het moeilijkste deel van dit trajekt is wel de afdaling in de donkere kloof via een lange wat overhellende ladder en de traverse van de wand ter andere zijde langs enkele staalkabels. Door gemakkelijker terrein nu verder over enkele banden, gevolgd door een blokkenzone. Nu langs de tong van de Brenta-bovengletsjer. Tenslotte nog een lange traverse in O richting de Punta Massari en dan over het voetpad dat van de Bocca di Tuckett komt in W richting naar de hut.

    d. Rif. Tuckett - rifugio Graffer (2300 m, 3½ uur). De 'sentiero Benini' loopt door de puingoot tussen Casteletto Inferiore en Superiore naar het plateau bij de Cima Falkner. Over diens banden verder langs de hele O-zijde van de Cima Grostègroep naar de Passo Grostè, vanwaar men afdaalt òfwel naar de rif. Graffer òf met de kabelbaan rechtstreeks naar Madonna di Campiglio, waarmee men op het uitgangspunt is teruggekeerd.

    Via Bocchette Alte - Hoge Bocchette-Weg
    De ijzeren wegen zijn er in verschillende moeilijkheidsgraden. Een héél moeilijke weg, alleen geschikt voor zéér ervarenen, maar van bijzondere schoonheid, is de 'via bocchette alta' welke leidt van de Bocca dei Armi naar de Bocca di Tuckett. Tegenover de lange ladderserie van de via della bocchette naar de Bocca dei Armi vindt men even voor de uiterste punt van de Cima Molveno de naamplaat die het begin van de route aangeeft. Met behulp van enige staalkabels en een ladder klimt men omhoog en bereikt de N-schouder van de Cima Molveno (2850 m), waarvan men terzijde, wederom met behulp van staalkabels en een ladder, afdaalt naar de Bocca Bassa dei Massodi (2790 m) met zijn karakteristieke sneeuwtong. Men daalt in N richting nog enkele meters af en klimt naar een insnijding, te herkennen aan een Gratturm, waar de route zich verenigt met de 'sentiero Detassis' die van de rif. Brentei en de rif. Alimonta komt. Vanuit deze hutten gaat het als volgt: men klimt over het pad tot aan de Gemelli, de indrukwekkende gespleten Steilwand. Dan over de laatste rotsbanken van de hoogvlakte en over de Brentei-gletscher, zich richtend op het bovenste waaiervormige ijsveld Hier schuins van rechts naar links tot vlak onder de wand van de Cima dei Massodi traverseren. Vandaar rechtstreeks naar het sneeuwcouloir dat leidt naar de Bocca dei Massodi. Aangezien de route door dit couloir steenslaggevaarlijk is, heeft men ernaast, dwars door de loodrechte, geelzwarte wand een lange ladder, de 'scala degli Dei', aangebracht (Trap der goden). Over banden en terrassen bereikt men tenslotte eveneens de bedoelde insnijding. De insnijding bereikt men in 3 1/2 uur vanaf de rifugio Pedrotti; 4 uur zijn nog nodig om van hier de Bocca di Tuckett te bereiken, terwijl over de route als zojuist beschreven men in ca.1 uur afdaalt naar de rif. Alimonte (2350 m, part., 25 pl., open 25.6 - 25.9).

    Vanaf deze insnijding, verzamelpunt van de twee voorgaande routes (duidelijke richtingaanwijzer) via een serie ladders naar een band aan de O-zijde van de kam, en hierover naar het ruime plateau van de Cima di Massodi(2998 m),met ruim en machtig uitzicht op de Cima Brenta Nu volgt een korte afdaling in NO richting, vereenvoudigd met staalkabels en ladders naar de Bocchette Alta dei Massodi (2950 m). Hier begint een fantastische ladder van 27 m. lengte de 'scala degli amici'; deze is zo genoemd naar de vele bergvrienden die nodig waren om dit deel van de route te bouwen.

    In een wonderbaarlijk ruwe omgeving passeert men achtereenvolgens verschillende pasovergangen en bereikt tenslotte hoog over een smalle kam het hoogste punt van de route, de Spalla della Cima Brenta(3020 m).Mogelijk staat hier nu de reeds lang geplande schuilhut om bij een plotselinge weeromslag beschermd te zijn. Van het brede terras heeft men ver uitzicht over de Dolomiten en over de Alpen; dominerend is de 3°-graads Castiglioni Kante van de Cima Brenta, terwijl aan de linkerzijde een gemakkelijker pad naar de top loopt. Onze weg voert echter naar rechts langs een bord en wordt dan gekarakteriseerd door talrijke banden en een drietal sneeuwgeulen. Twee ervan zijn eenvoudig, hoewel zekeren is aan te bevelen. De laatste sneeuwgeul moet echter tevens circa 15 m worden beklommen; als voorzorg zijn hier twee series zekeringen aangebracht, langs de rotsen en door de sneeuw, ter keuze al naar de terreingesteldheid vereist. Na de sneeuwgeulen gaat men weer over op banden, hoog boven sentiero Orsi, Val Perse en Val delle Seghe. Het gezichtsveld wordt afgesloten door Cima Roma, Cima Vallazza en Cima Fibion, een mooi uitzicht. Men bereikt nu de bekende Garbariband, waarover de normaalbeklimming van de Cima Brenta voert en die de O-wand van de Cima Brenta op ca. 3000 m hoogte in zijn gehele lengte doorsnijdt. Tenslotte daalt men, hier en daar gesteund door staalkabels en ladders, af naar de Bocca di Tuckett. Van hier over het voetpad naar de rifugio Tuckett.

    Het 'Bollettino' van de 'Società Alpinisti Tridentini' 1969 nr. 3 schrijft over dit traject nog het volgende: 'Men moet niet denken dat het een parcours is om er 'even tussendoor mee te nemen'; de speciale 'klettersteiguitrusting' is onmisbaar en nog dringender is het bij de berghutten te informeren naar de begaanbaarheid en de terreingesteldheid van de route, vooral in voor- en naseizoen'.

    Van de Bocca dei Armi tot de Bocca di Tuckett rekenen op 5 u, van de rifugio Brentei over de route'Detassis'naar de Bocca di Tuckett 5½ u. De gehele doorsteek van de Bocca di Brenta naar Bocca di Tuckett over de via dell Bocchetta en de via delle Bocchette Alta heeft een lengte van ± 9 km en ook de goede loper zal hiervoor nog altijd ca. 9 uur nodig hebben.

    Opmerkingen
    Het mag niet onvermeld blijven dat de belangstelling ook van de klimmers voor dit gebied vooral in het hoogseizoen aanleiding geeft tot overvolle hutten in die tijd. U kunt daarom de weekends beter vermijden. Als aanlooproute van de Brenta komt ook die vanuit het ten O van de groep liggende plaatsje Molveno in aanmerking; hij is wat stiller en vooral wat moeizamer. Weliswaar brengt de Pradelsessellift u desgewenst op 1346 m hoogte, maar er blijven dan nog meer dan 1000 m te stijgen naar de rifugio Pedrotti (2496 m). Molvano kan met de bus vanuit Trento worden bereikt.

    Literatuur

    • Brentagruppe, E. Hüsler; M. Kostner.
    • Brentagruppe mit Adamello, Presanella und Paganella, F. Hauleitner

       

    Kaarten

    • Kompass-Wanderkarte 1: 40.000 nr. 070, Parco naturale Adamello-Brenta
    • Kompass-Wanderkarte 1:30.000 nr. 073, Dolomiti di Brenta : Via delle Bocchette

    • Alpenvereinskarte 1:25.000 nr 51, Brentagruppe (Gruppo di Brenta)

    • Tabacco-Wanderkarte 1: 50.000 nr. 10, Dolomiti di Brenta

          

    Rev. 30-10-2008

    Laatste wijziging 30-10-2008
    Lowe Alpine
    Lotto klein