|
|
Sneeuwschoenwandelen
“Wie kan lopen, kan ook sneeuwschoenwandelen. Geen ervaring of voorkennis nodig. Ook niet-skiërs kunnen eenvoudig hogere bergregionen bereiken.” Dat claimen wervende teksten voor sneeuwschoenwandelreizen. In zekere zin is dat ook zo, maar er zijn veel meer risico’s aan verbonden dan aan zomers bergwandelen.
Veiligheidsreferent Karin Blok zet ze op een rijtje.
Tekst: Karin Blok
Weg van drukke pistes, op eigen kracht via een zelf gekozen weg naar boven en van dichtbij genieten van een smetteloos wit bepoederd berglandschap. Dat leek lange tijd voorbehouden aan toerskiërs, maar daar is verandering in gekomen. Door toepassing van nieuwe materialen zijn moderne sneeuwschoenen veel lichter, stabieler en makkelijker in gebruik dan hun eeuwenoude voorgangers, die onder meer door eskimo’s en indianen werden gebruikt. Mede daardoor heeft sneeuwschoenlopen zich in een rap tempo tot een populaire sport ontwikkeld. Je kunt sneeuwschoenwandelen op je eigen manier: rustig een rondje om het dorp, al dan niet meerdaags in alpien terrein lopen of zelfs aan wedstrijden deelnemen. Voor bergwandelaars is sneeuwschoenlopen een prachtige aanvulling op zomeractiviteiten. Maar in de winter komt er toch wat meer bij kijken, als je alpien terrein ingaat. Risico’s Lawinegevaar Terrein steiler dan 35 graden en/of met veel verse sneeuw is niet alleen moeizaam te begaan voor sneeuwschoenwandelaars maar doorgaans ook lawinegevaarlijk. Op sneeuwschoenen kun je dit terrein beter mijden en gebruik maken van terrein dat relatief veilig is: hellingen die nergens steiler dan 30 graden zijn, (dicht) bebost terrein, graten en ruggen met weinig sneeuw. Let wel: zelfs gemarkeerde routes bieden geen garantie dat er geen lawines kunnen ontstaan. Tochtenplanning Zorg voor een goede, gedetailleerde kaart. Houd er rekening mee dat veel markeringen in de winter niet zichtbaar zijn omdat ze met sneeuw zijn bedekt. Winterroutes lopen vaak anders dan de zomerpaden, voor zover deze überhaupt herkenbaar zijn. Winterkaarten met toerskiroutes zijn ook voor sneeuwschoenwandelaars geschikt. Kompas en hoogtemeter horen uiteraard bij je uitrusting. Een GPS kan zeer handig zijn, zeker als het zicht slecht wordt. Het tempo ligt bij sneeuwschoenwandelen lager dan bij gewoon lopen. En vergeleken met toerskiën kost de afdaling relatief veel tijd. Reken voor de afdaling ongeveer 2/3 van de tijd die je nodig had om boven te komen. Maar in vlak terrein, in diepe sneeuw, met tegenwind of als de groep erg moe is, kan de terugtocht nog veel langer duren. Begin met kortere toeren met een gering hoogteverschil om te ervaren hoe jouw tempo en dat van je tochtgenoten ligt. Houd er rekening mee dat je in zachte sneeuw langzamer bent en dat zelf een spoor aanleggen veel meer energie en tijd kost dan lopen over een bestaand spoor. Als je gebruik wilt maken van een liftje, informeer dan naar de tijden, vooral van de laatste rit naar beneden. Vraag voor aanvang van de tocht altijd een actueel lawinebericht en een (lokale) weersvoorspelling op en pas je plannen zo nodig aan. Zoek van tevoren thuis uit welke telefoonnummers je kunt bellen of op welke website je moet zijn en of je bijvoorbeeld voorspellingen per SMS kunt ontvangen. Ga niet alleen op pad, maar minimaal met z’n tweeën en voor zwaardere tochten zelfs beter met vier personen. Anderzijds zijn grote groepen niet aan te raden in verband met lawinegevaar. Laat je pensionbaas weten waar je heen gaat en wanneer je denkt terug te komen. Houd onderweg constant het weer en je tijdsplanning in de gaten en pauzeer regelmatig. Keer, zeker bij verslechterende omstandigheden, tijdig om. Als je de weg kwijt bent, blijf dan als groep bij elkaar en ga terug naar het laatst bekende punt. Wacht daar op beter zicht. Daal nooit af in onbekend terrein bij slecht zicht of in het donker. Kleding en uitrusting Naast voldoende (reserve)kleding zit in je rugzak minimaal hetzelfde als in de zomer: Oriëntatiemiddelen, eerstehulp-/noodmateriaal inclusief GSM en zaklampje, zonnebrandcrème & lippenpommade, zonne-/gletsjerbril. Zorg voor genoeg (warm) drinken want in de winter verlies je door de droge lucht snel vocht. Een slok warme thee is weldadig als het koud is; een ijskoude drank laat je in de rugzak zitten. Voorkom in elk geval dat je drinken bevriest. Er zijn tientallen merken en modellen sneeuwschoenenen en verschillende soorten bindingen. Wat voor jou het beste geschikt is, hangt af van wat je ermee wilt gaan doen, in welk soort terrein. Verdiep je in de verschillende types sneeuwschoenen, huur ze eerst een keer en probeer ze uit in het soort terrein waarin je ze wilt gaan gebruiken, zo mogelijk onder verschillende sneeuwcondities. De maat van de sneeuwschoen hangt van je gewicht af. Een paar (verstelbare) skistokken met grote tellertjes zijn voor sportievere tochten onontbeerlijk. Voor alpiene sneeuwschoentoeren voldoen waterdichte bergwandelschoenen goed. Gamaschen houden sneeuw uit je schoenen en je voeten droog. Een pieps, lawineschep en sonde zijn noodzakelijke extra uitrusting voor toeren in potentieel lawinegevaarlijk terrein. In steiler terrein hoort een pickel erbij; daarmee kun je een val stoppen; met gewone skistokken niet. Als alternatief zijn skistokken te koop met een soort pickelkop aan het handvat. Sneeuwschoenen zijn gemaakt voor glooiende sneeuwhellingen maar niet voor steil verijst terrein. Daar heb je stijgijzers voor nodig. Er zijn modellen sneeuwschoenen waar je met bergschoenen én stijgijzers in past zodat je niet op een glibberige plek hoeft om te schakelen. Natuur en anderen Voor de natuur is het goed als sneeuwschoenwandelaars in de buurt blijven van gebruikelijke toerskiroutes. Maar toerskiërs houden er niet van als hun stijgspoor door sneeuwschoenwandelaars kapot wordt gelopen. Maak dus een eigen spoor. Als je over skipistes loopt, blijf dan aan de zijkant en pas op met oversteken. Download hier het artikel in PDF.
Laatste wijziging 06-02-2008
|
Landelijke agenda |
|||

