Bergsportreizen voorjaar_winter 2012
NKBV-bergsportreizen 2012 klein
tukhut
Regiobanner
Adverteren bij de NKBV

De mooiste trekkings naar 8000ders, 2006-4

De vier mooiste trekkings naar de basiskampen van 's werelds hoogste bergen volgens Frank Husslage en Evert Wesker. Op deze pagina's beschrijft Frank zijn goed gekoesterde herinneringen aan de tochten.

Evert en Frank hebben niet bepaald de eenvoudigste trekkings uitverkoren. Zij adviseren daarom met een lokale staf van sherpa's en dragers op pad te gaan. Dit kun je ter plekke regelen bij diverse trekkingbureautjes, maar ook vanuit Nederland. In Azië zelf staan organisaties als Summit Trekking en Asian Trekking garant voor kwaliteit. Bekende en gerenommeerde Nederlandse organisaties als Snow Leopard en HT-wandelreizen bieden ook voor de zwaardere en afgelegen trekkings zekerheid.

Dhaulagiri (8167 m) Rondom de witte berg
23 november 1993: We staan nog ruim voor zonsopgang op,  in het kampje direct achter French Col na een koude winderige nacht aan de kop van Hidden valley. Ik schat het tussen de –15 en –20°C, maar spoedig zal de zon tevoorschijn komen en dan is het goeddeels gedaan met de kou. We besluiten Damphus Peak ( 6035m) op te gaan. Het is een eenvoudige klim over een firnhelling. Langzaam ontvouwt zich een adembenemend uitzicht over de Kali Ghandaki. Nee, dit had ik voor geen goud willen missen. Alleen de top laat ik voor wat hij is. Ik keer op een kleine 100 hoogtemeters er onder om. Het ontbijt bestond weer eens uit porridge en die rommel (ik noem het berenbrak) krijg ik zelfs op de bodem van de Jordaanvallei niet door m’n keel. Daarom is het nu een beetje running on empty. Het maakt me niet uit. Ik heb een paar wereldplaten geschoten die mij nog jarenlang met plezier aan deze schitterende klim zullen doen terugdenken...

Deze tocht liep ik – samen met onder andere Rene de Bos – in 1993. Het is een klassieke tocht die qua afwisseling zonder meer met de andere klassieker rond de Annapurna te vergelijken is. Hij is echter wel op een aantal stukken iets ruiger, met name langs de Myagdi Khola. Aldaar is het pad soms zeer geëxponeerd, wat deze tocht voor mensen met veel hoogtevrees misschien iets minder geschikt maakt. De wandeling voert door een wat dunner bevolkt gebied dan de Annapurna trektocht en is bovendien, vanwege de wat moeilijker bereikbaarheid, nog geen door toeristen platgelopen route. Ook dat is een aantrekkelijk aspect aan deze tocht.

Makalu (8462 m) Mera Traverse
We staan in donker op om Sherpani Col en West Col over te steken, alsmede de Lower Barun Glacier . 26 oktober 2000  wordt een lange dag, dat staat vast. Vooral het abseilen van de dragers en een deel van de deelnemers vanaf de beide 6100 meter pasjes zal veel tijd gaan kosten. Na wat verkoudheid in de aanlooptrek ben ik nu weer helemaal boven Jan. Ik ga als een speer omhoog. Een ijswandje van 35° steil, direct achter ons tussenkampje, ga ik op skistokken via een heuse direttisima  te lijf. Gewoon recht omhoog en geen gezeur met touwen. Het gaat daarna verder over een vrij vlakke gletsjer. Tot slot volgt een eenvoudig 2e graads klimmetje naar Sherpani Col. Rond 10 uur ’s ochtends sta ik er op. Nu is het mooi weer. In 1991 stond ik hier ook, maar toen was het bewolkt. Het uitzicht naar de Makalu is een waar feest. Ik denk nog even terug aan de 7680m hoge Makalu II waar ik nu ook tegenaan kijk. Het was in 1985 de eerste echt serieuze berg die ik in mijn leven beklom. Een korte abseil brengt me op de Lower Barun Glacier. Na een gevaarloze oversteek - het is echt een vrijwel aper(!) biljartlaken met geen spleet te zien - volgt tenslotte een abseil van 200 hoogtemeters vanaf West Col. Het touw zo’n 50 meter te kort om helemaal uit de wat steilere wand te komen. Geen punt, want de rest klim ik gewoon af. In het voorjaar van 1991, bij mijn eerste poging, was dit een Jaap Eden Baan onder 45° die voor de dragersploeg een onneembare hindernis was. Nu betreden we laat in de middag allen het Honku dal. Een dag of 6 later zal een probleemloze beklimming van Mera Peak het feest compleet maken ...

Deze tocht liep ik in 2000, na een mislukte eerste poging om East en West Col te passeren in 1991. Dit is een tocht waarbij enige alpiene ervaring nuttig is, omdat hij over een stel zeer hoge, zwaar vergletsjerde passen gaat. De beste kans om de 6100 meter hoge East en West Col te passeren heb je in het najaar. In het voorjaar heb je de kans dat de afdaling van West Col uit spetterhard blank ijs bestaat, wat voor de dragersploeg een te grote moeilijkheid kan vormen.

K2 (8611 m), Broad Peak (8047 m), Gasherbrum I (8068 m)  II (8035 m)
Na de klassieke wandeling naar Concordia  over de Baltoro Gletsjer, zo fraai gelegen onder ‘haar wachter’, de Gasherbrum IV, zijn we 3 augustus 2004 een zijdal ingelopen naar Ali camp. We staan vandaag om half twee ’s nachts op om de Gorogondo La te nemen. Het is een zwaar vergletsjerde, ongeveer 5650 m hoge pas. De omstandigheden zijn goed. Zowel Wim Kohsiek als ikzelf laten de stijgijzers voor wat ze zijn en razen een meute Oostenrijkers voorbij. Ik zeg nog: ,,Laten we die traagbakken maar even voorbijlopen.”  Ze worden gelost als steenmannetjes. Ik wil rond zonsopkoms op de pas staan. Dat lukt. Alleen werkt nu het weer eens minder mee. Veel wind, –3°C en sneeuwval. Da’s jammer. Volgens mij moet je hier een werelduitzicht kunnen hebben op de Gasherbrum groep. Een vrij steile afdaling over een firnhelling brengt je tenslotte op de Gorogondo Gletsjer. Wederom sta ik oog in oog met een eerdere dierbare herinnering. De eerste berg die ik - pas op 31 jarige leeftijd! - in mijn leven beklom was de ca. 5600 m hoge Gorogondo Peak.. Toen, in 1983, was dat een simpel firn bultje. Ik kijk er verbaasd naar. Het is nu een grote icefall-achtige bende  en niet meer te doen als eenvoudige, ongecompliceerde trekkingpeak. Later, in de middag staan we op een vriendelijk alpenweitje op ca. 4800 meter. Hier klaart het op en kunnen we nog wat fotogenieke en zeer puntige bergen bewonderen ...

Mount Everest (8850 m)
Ik ben blij dat ik vanochtend mijn donsjack in mijn rugzak heb gestopt" zegt Suzanne, terwijl ze haar ijs- en ijskoude voeten opwarmt in het kruis van haar maatje. We hebben net ons kamp gevonden en we zitten bij te komen van een iets te realistische survivaltocht. Deze vijfde dag van de Kangchungtrek begon in de meest gunstige omstandigheden en er was geen reden dat we niet vóór de dagelijkse weersomslag een kampje opgebouwd zouden hebben. De gedachte van Suzanne om haar donsjack op de jak te binden en niet zelf te dragen was vanochtend dus zo gek nog niet.

Evert en ik liepen deze tocht langs de onbekende en meest ontoegankelijke kant van Mount Everest in 2005, bij wijze van acclimatisatie voor een beklimming van de 8.201 meter hoge Cho Oyu. Maar ook als zelfstandige tocht is deze trekking meer dan interessant: de route doorkruist de meest uiteenlopende landschappen en je hebt kans drie weken lang niet één andere toerist te ontmoeten. Het uitzicht tijdens de trekking is fenomenaal, je loopt letterlijk pal onderlangs Himalaya-reuzen als Chomolonzo, Makalu en Lothse.

Al dagen liepen we in de voetsporen van hen, die voor het eerst een route naar Mount Everest vonden. Via een pas van 4900 meter hoogte, de Shao La, verruilden we de Kharta-vallei voor de Kangchung-vallei. Voor het eerst sinds vele honderden, droge Tibetaanse kilometers troffen we hier weer de weelderige begroeing van de regenzijde van de Himalaya. De Tibetaanse Kangchungvallei mondt uit in de Arun-vallei, aan de natte, Nepalese kant van de Himalaya. Vandaag zouden we ons kamp opslaan op een dag lopen van de Kangchungwand van Everest, een wand die nog maar een handvol keren beklommen is. Wij liepen voorop, de 50 jaks en hun begeleiders zouden ons volgen.

Helaas hadden de Tibetaanse cowboys andere plannen en begonnen zij aan de terugtocht naar hun dorp, via een bergkam die wij pas over twee dagen wilden kruisen. De jakdrijvers hadden geen boodschap aan een stel witneuzen dat een doodlopend dal verder in wilde lopen. De jaks waren lang genoeg van huis geweest en hadden behoefte aan vers gras!

Voordat we erachter kwamen dat de Tibetanen andere plannen hadden dan wij, waren ze al ver uit beeld. Mét onze spullen. Roepen, fluiten en schreeuwen leverde niets op. Of we wilden of niet: we moesten hen gaan zoeken, want op 5.000 meter hoogte overnachten zonder eten, drinken of kampeeruitrusting is geen pretje. Het verhaal ging nog uren en uren verder, de landkaart was onduidelijk, het werd nacht, het ging sneeuwen en het werd meer dan onprettig koud. Het moment waarop de avontuurlijke reis écht avontuurlijk werd lag al ver achter ons en leuk was het al een tijdje niet meer.

Uiteindelijk hoorden we in de verte de jakbellen, we zagen een hoofdlampje flitsen: m'n maatje Paul was bij de jakdrijvers gebleven en speelde nu, bij twintig graden onder nul, voor vuurtoren.

De volgende ochtend brandt de zon ons onze slaapzakken uit, is de lucht blauw, het landschap sneeuwwit, en een van 's werelds mooiste bergpanorama's, met Everest in de hoofdrol, staat voor mijn tent. Een jak staat ernaast. Zo mooi hadden we het ons thuis voorgesteld.

Het verschil met een dergelijke ervaring in de alpen is, dat ik me afvraag of dit moois alle ellende van gisteren goedmaakt.

Laatste wijziging 06-09-2006
RAB
Regiobanner