Bergsportreizen voorjaar_winter 2012
NKBV-bergsportreizen 2012 klein
tukhut
Regiobanner
Adverteren bij de NKBV

Stubaier Alpen

Nummer: 107
Zwaarte: 2

De Stubaier Alpen liggen ten zuidwesten van Innsbruck en zijn vanuit deze stad gemakkelijk te bereiken. Het gebied wordt begrensd door Inntal, Oetztal, Passeiertal, Eisacktal en Wipptal. Door al deze dalen lopen goede verbindingen, alsook in de dalen die in de groep doordringen, soms als treinverbinding, meestal als postbusverbinding. Men bereikt het gebied vanuit Nederland het gemakkelijkst via het duitse spoorweg- of autobahnnet. Het gebied leent zich bijzonder wel voor het maken van huttentrektochten. De hutten liggen meestal op relatief korte afstanden van elkaar, de hellingen zijn niet steil, de paden zijn goed onderhouden en leveren nergens grote moeilijkheden op, de vergletsjering is gematigd. Het is daarom een zeer geschikt terrein voor hen die met beperkte ervaring toch een goede indruk willen krijgen van het hooggebergte. Voor ondernemende, ervaren, bergwandelaars zijn er bekende toppen, die met gids zonder moeilijkheden zijn te beklimmen. Het noordwestelijke deel van de Stubaier Alpen sluit aan bij de Oetztaler Alpen; een tocht door dit noordwestelijke deel wordt daarom beschreven in het inlichtingenblad van de Oetztaler Alpen nr.79. In de hierna beschreven trektocht brengt men een bezoek aan nagenoeg alle hutten, hoewel men eventueel gemakkelijk kan onderbreken, indien gewenst. Al deze hutten zijn bewirtschaftet, d.w.z. men kan er maaltijden verkrijgen.

Tochtbeschrijving
1. Innsbruck - Potsdamer Hütte (2012 m, DAV ,50 pl; 3½ u) Van Innsbruck in ca.1 uur met de bus naar Sellrain. Bij Hotel Neuwirt aldaar via de rijweg door het Fotschertal, een eenzaam dal met veel bos, naar de Fotscher Schihütte. Daar het pad langs de beek volgen tot de hut. Deze is op een vooruitspringende rotspartij gebouwd en biedt een prachtig uitzicht op de Hohe Viller-Spitze (3092 m) en de omringende bergkammen.

2. Potsdamer Hütte - Franz-Senn-Hütte (2147 m, OeAV, 245 pl; 6 u) Het dal verder in langs de Fotschenbach. Spoedig een pad linksaf door grasvlakten naar een kale rotshelling; daartegen zigzag omhoog naar de Wildkopfscharte(2598 m).Hier een prachtig uitzicht op het Oberbergtal. Bij het afdalen komt men bij de Seduggalm(2256 m) op de Franz-Sennweg; hier rechtsaf. Nu eerst vrijwel horizontaal naar de hut, hoog boven het dal (enkele kabelbeveiligingen). Evt. tochten van hier zonder gids: a. via de Rinnensee naar het Rinnen-Nieder (2902 m), met prachtig uitzicht op Lisenser Ferner en Lisenser Ferner-Kogel; b. naar het Alpeiner Ferner (2 u). Interessant uitzicht op de gletscher; c. naar de Vordere Sommerwand (2677 m, 1½ uur). Uitzicht op de omringende bergen; d. naar de SchafgrüblerSpitze (2981 m, 2½ u), gemakkelijk. Evt.tochten met een gids: (gidsen zijn vaak in de hut aanwezig) A. naar de Ruderhof-Spitze (3473 m), B. naar de Schran-Kogel (3490 m): beide vrij moeilijk, resp. 6 en 7 u.

3. Franz-Senn-Hütte - Neue Regensburger-Hütte (2286 m, DAV, 100 pl.; 5 u) Het pad tegen de O helling omhoog langs een oude goed begaanbare Höhenweg. Onder het Kuhgeschwätz door loopt deze het Kar in; verder zigzag in Z richting omhoog naar het Schrimmen-Nieder (2706 m), met prachtig uitzicht op de Habicht (3277 m). De afdaling gaat daar via sneeuw langs een met staaldraad beveiligd rotspartijtje. Dan over grashellingen en velden met alpenrozen. Van de driesprong rechtsaf en nog ½ uur naar de hut. Deze ligt aan het Hohe Moos, een moerasachtig meertje. Eventueel van hier naar het Hohe-Moos-Ferner (1½ uur). Van daar voert route 138, gemarkeerd met takken, naar de Dresdner Hütte (alleen met gids), een interessante tocht. Huisberg is de Kreuz-Spitze (3100 m, 3 uur), Drahtseile.

4. Neue Regensburger Hütte - Dresdner Hütte(2302 m,DAV,270 pl; via Ranalt 7 u) Afdalen door het Falbesontal naar Falbeson en van daar langs de straatweg naar Ranalt. Nu via de rijweg omhoog naar de Mutterbergalm ('s zomers rijdt hier enkele malen per dag het openbaar vervoer). Langs de Grawaalm(1530 m), van waar een pad direct naar de SulzenauHütte leidt. Mooie, bosrijke omgeving met indrukwekkende watervallen. Van het Mutterbergalmhaus (1721 m) gaat een pad zigzag omhoog. Er is ook een lift naar de hut, dus erg veel dagbezoek; er zijn ook vrijwel steeds gidsen aanwezig in de hut. Evt.met gids: a. naar de Daun-Kogel (3320 m, 3½ u) lichte tocht; b. naar de Schaufelspitze (3333 m), 4 u, lichte tocht; c. .naar Zuckerhütl(3505 m) en Wilder Pfaff(3547 m), die meestal in één tocht worden beklommen (ca.5 u).

Andere mogelijkheid is: Vanaf de Neue Regensburger Hütte dalinwaarts via de restanten (puin) van de Hochmoosferner in 2½ u naar het Grawagrubennieder (2888 m) Dan over een goed gemarkeerde Höhenweg 135/138, langs Gamsspitze en Schafnock naar de Glamergrube (met afdaling naar Muttenbergalm) dan via Egesengrat naar de Dresdner Hütte (7 u.)

5. Dresdner Hütte - Sulzenauhütte (2191 m, DAV,160 pl, 3 à 3½ u) In O richting naar de Trögler; bij de eerste splitsing ofwel naar het Peil-Joch (2676 m, rechtsaf) òf de Trögler (2901 m, linksaf). Deze laatste heeft een prachtig uitzicht; de voortzetting van de weg over de Trögler is echter wat moeilijker. Van de hut uitzichten op Sulzenau-Ferner en Zuckerhütl. Van de hut eventueel met gids de Wilde Freiger (3419 m, licht).

6. Sulzenauhütte - Nürnberger Hütte (2297 m, DAV, 170 pl.; 4 u) Van de hut direct O over de beek, langs de prachtige blauwe Grünau-See. Op de splitsing links houden. Bij een tweede splitsing òfwel linksaf langs de voet van de Mair-Spitze (licht; mooi uitzicht) òf rechtsaf over het Niederl (moeilijk; staalkabel af te raden voor minder ervarenen). Van de hut eventueel met een gids: a. naar de Wilde Freiger (3419 m), b. naar de Feuersteine (alle ca. 3000 m), welke nooit druk bezocht zijn, maar het beklimmen zeker waard.

7. Nürnberger Hütte - Bremer Hütte (2413 m, DAV, 42 pl, 4 ) Vraag in de hut naar de toestand van het pad! In O richting over de gletsjerbeek, en steil omhoog. De rotsen kunnen er bij regen gevaarlijk glad zijn. Naar het Simming-Jöchl (2774 m, vaak veel sneeuw) met fraai uitzicht op Stubaier Alpen, Gschnitz-Tal en de Tribulaune. Dalen over stenige weiden en langs de morenen van het Simminger Ferner in ca. 1 uur naar de hut die nabij de Lauterer-See ligt. Eventueel beklimming van de Innere Wetter-Spitze (3055 m, 3 uur).

8. Bremer Hütte - Innsbrucker Hütte (2369 m, OeAV, 128 pl.; ca 7 u) De Innsbrucker-Hütte kan men bereiken via de Höhenweg nr.124, die moeizaam is, maar in goede staat verkeert. Ook hier vragen naar de toestand van het pad! De andere weg voert in het dal naar het dorpje Gschnitz, vanwaar een goed pad omhoog leidt naar de Innsbrucker-Hütte, met een prachtig uitzicht op de Tribulaun. Van de hut evt. beklim-ming van de Habicht (3277 m, 3 uur) mogelijk, bij voldoende ervaring ook zonder gids.

9. Innsbrucker Hütte - Neustift (993 m, hotels en pensions; 3 uur) In NO richting eerst steil, later vlakker naar de Kar-Alm (1737 m). Het dal is wat droog, daar het water in de kalkachtige bodem wegzinkt. Prachtige begroeiing vooral in het laatste deel. Vanuit Neustift per openbaar vervoer terug naar het uitgangspunt.

Opmerkingen
a. Men kan aan het einde de tocht van Neustift voortzetten naar de Starkenburger Hütte (2229 m, DAV, 44 pl.; 4 uur) en de volgende dag via Schlicker-Scharte, See-Jöchl en Adolf-Pichler-Hütte afdalen door het Senderstal naar het eigenlijke uitgangspunt Sellrain, maar deze route is nogal moeizaam en wel van totaal ander karakter (kalkgesteente). b. Wil men ook de noordwestelijke Stubaier Alpen in de tocht opnemen, dan is Kühtai een goed uitgangspunt (aldaar bevindt zich de Dortmunder Hütte) en gaat via Pforzheimer Hütte en Westfalen-Haus naar de Franz-Senn-Hütte en volgens 3 hiervoor verder. (Zie infoblad Oetztaler Alpen nr.79). Men kan ook van de Starkenburger H. naar de F. Senn-Hütte. c. Tweedaagse rondwandeling vanuit Sölden via Hochstubaihut (3175 m, 53 pl., bew.). Door het Windachtal, evt. per auto, tot aan de slagboom. Daarna neemt men het eerste het beste zijpad links met de aanduiding Stallwies Alm. Dit is een mooi bospad met verrassende doorkijkjes en uitzichten, dat voortdurend, af en toe pittig, stijgt. Bij de Stallwies Alm (1½ u) kan men via de Kleblar Alm (¼ u) op de AV-route naar de Hochstubaihut komen. Totaal 6 uur. Van de hut afdalen door het Seekar naar Fiegl Gasthaus (1995 m). Deze afdaling is weer grotendeels in orde gebracht, maar vraagt, vooral met volle bepakking, de nodige voorzichtigheid: uitgehakte treden, 's morgens vaak verijsd, nog geen vaste zekering. Vandaar naar het uitgangspunt terug.

Literatuur
  • Alpenvereinsführer Stubaier Alpen, H. Klier & H. Klier, Rother
  • Stubai - Wipptal mit Gschnitz, W. Klier, Rother Wanderführer
Kaarten
  • Kompass-Wanderkarte 1: 50.000 nr. 83, Stubaier Alpen - Serleskamm
  • Alpenvereinskarte 1: 25.000 nr. 31/1, Stubaier Alpen - Hochstubai
  • Alpenvereinskarte 1: 25.000 nr. 31/2, Stubaier Alpen - Sellrain

Alpenvereinskarten zijn verkrijgbaar op het NKBV bureau. Voor het assortiment zie onze webwinkel.

Rev. Nov. 2008
Laatste wijziging 18-11-2008
Regiobanner