|
|
Westelijke Oetztaler Alpen / Geigenkamm
Nummer: 78
Zwaarte: 4 á 5 De vergletsjerde gebieden aan het eind van Oetztal en Pitztal hebben op veel bergsporters steeds grote aantrekkingskracht uitgeoefend. De vaak overvolle hutten in het hoogseizoen zijn daar een gevolg van. De Geigenkamm die beide dalen scheidt, is voor ervaren bergwandelaars met goede uitrusting en vooral doorzettingsvermogen een uitdaging van klasse. Zelfs in het topseizoen zijn hier de hutten matig bezet. De flanken van de kam zijn zo steil dat maar een enkele top vanuit het dal te zien is. Het hoogteverschil tussen dal en Wildgrat, het N-ste punt van de kam, bedraagt ongeveer 2000 m. en tussen Sölden en de Polleskogel, waar de Geigenkamm aan de Weisskamm raakt, liggen altijd nog 1600 hoogtemeters. Nagenoeg de hele tocht beweegt zich op hoogten tussen de 2500 en 3400 m. Het is dus raadzaam om eerst enige dagen te acclimatiseren voor men aan de tocht begint. Tochtbeschrijving 2. Erlangerhütte - Frischmannhütte. (2192 m., part., 4½ uur) De weg van de vorige dag even terug, over brug en langs het meer om daarna op een splitsing in Z richting af te buigen. Met flinke slingers gaat het pad dan weer stijgend, dan weer dalend langs enkele meertjes in de richting van het Lehner Joch. Doch voordat aan de klim daarheen begonnen wordt, gaat men in twee etappes stijgend naar het 'Schwarzes Loch'. Dan wordt het, afhankelijk van de 'zomerse' omstandigheden, serieuzer. De gezamenlijke N.W.flank van Fundusfeiler en Grieskogel kan er wat ijzig bij liggen. Op 2928 m. bereiken we de Feilerscharte, die we via een tamelijk steil sneeuwveld afdalen. Daarna wordt het oppassen. De steile afdaling langs een geul is glad en brokkelig en elke vorm van zekering ontbreekt. Langzaamaan wordt het pad beter. Een groot grauw sneeuwveld nodigt uit tot een snelle afdaling. Door grazige en soms soppige weiden bereiken we de Frischmannhütte. 3. Frischmannhütte - Hauerseehütte (2331 m., DAV, 3½ uur) De weg naar het Felderjoch tussen Innerberger Plattigkogel kan men vanaf de hut goed bestuderen, daar die vrijwel recht daar heen loopt. In werkelijkheid zijn er toch wat meer kronkeltjes alvorens de morene van de Ploderferner wordt bereikt. Steeds steiler gaat het nu omhoog naar het Felderjoch (2800 m). Aan de andere kant gaat het steil in serpentines omlaag. De staalkabels bieden hier vaak goede hulp. Bij de mooie Weiszensee is het goed rusten. Door grashangen gaat het dan in slingers steeds verder omlaag tot in het einde van het Innerbergtal. Langs steile rotswanden stijgt het pad weer enigszins tot aan de Hauersee. De hut is maar een deel van het seizoen bewirtschaftet. Het is dus raadzaam in Längefeld (VVV) te vragen hoe de situatie is. 4. Hauersee Hütte - Chemnitzer Hütte(2323 m., DAV, 6 uur) Vanaf de Hauersee stijgen via de W-zijde van het Kar over een slingerpad naar de Hauerferner. Daar de W-rand aanhouden en daarbij de oostflank van de Luibiskogel passeren. Bijna boven, de gletsjer opgaan om over de brede blokribbe, die de Luibiskogel met de Reiserkogel verbindt, op de Luibisscharte te komen. De afdaling gaat door een steile geul van losse blokken en platen, voorzichtig dus, tot in het N Luibiskar. Dan weer in Z richting omhoog naar het Sandjoch. Nu gaat het oost-waarts omlaag in een grote kom, om licht stijgend langs de O-zijde van beide Jochkogels naar het Z omgaand op het Breitlehnerjöchl aan te komen. Bij goed weer, goed rusten hier. Langs de rotsblokken van een oude morene, die in Z richting overgaat in groen geworden moreneheuvels, komt u aan de puinvelden van het bovenste Hundsbachtal. Vandaar via het zigzagspoor om daarna deels gezekerd met staalkabels op het Kapuzinerjoch (of Rotkärljoch) te geraken. De afdaling loopt langs een helling met rotsblokken en gaat over in een tamelijk steile puinhelling omhoog naar Gahwinden (ook wel Gabinten). Op dit uitzichtspunt (met bank) heeft u grote kans steenbokken te zien. Het pad omlaag voert u in het Weiszmaurachkar, op een driesprong rechtsaf naar de Chemnitzer Hütte. 5. Chemnitzer Hütte - Braunschweiger Hütte, (2759 m, DAV, 9-10 uur) Deze hoogalpiene graat- toer over de Mainzer Höhenweg is uitzonderlijk mooi, maar stelt hoge eisen aan uw alpiene kunnen en uithoudingsvermogen. De lange dag begint uiteraard vroeg. De Wirt staat om 4 uur niet voor u op, maar wil u wel van 'thermos'water voorzien. Een stukje de weg terug, na 100 m stijgen rechtsaf. Over een morene komt u in het Weissmaurachkar en dan over vaak verijsde platen op het Weissmaurachjoch. Over een sneeuwhelling en daarna via een goed gemarkeerd pad langs de NO-rib van de Puitkogel komt u aan de Gruibiskarlwand in een kleine Scharte. Hangend aan staalkabels bereikt u even later de lager liggende N.Puitkogelgletsjer. Deze enigszins rechts blijvend volgen in een wijde boog naar links. Bij een kleine graat is het oppassen geblazen, omdat daar soms spleten voorkomen. Door het Knappenloch gaat het weer wat hogerop langs een staalkabel, mits niet ondergesneeuwd. Op het Frühstucksplatz staat een kolossale wegwijzer op de er tegenover liggende wand geschilderd; dat kan niet missen. Er volgt nu nog een moeizame klim over het O sneeuwveld van de Sonnenkogel naar de diepste inzadeling van de hoofdkam tussen Sonnenkogel en Wassertalkogel. De graat in ZO. richting volgend wordt het Rheinland-Pfalz-Bivak op de Wassertalkogel bereikt. Een flinke rustpauze is hier welverdiend. Als u hier sneeuw wilt smelten, dient u gasbommetjes mee te brengen. Wat aanwezig is, is voor noodsituaties! Heeft u nog reserve eten, laat dan wat achter; soms zitten alpinisten hier dagen vast. Er zijn 9 bedden in geval dat. Het tweede deel van de tocht brengt weldra totaal ander terrein. Gamaschen, pickel etcetera kunnen meestal bij het bivak al in de rugzak. Soms is er een goed pad, dan weer klauteren op een smalle richel langs een der vele torens op de graat. Het Wilde Männle en de Wurmitz-kogel worden overschreden. Na een lange afdaling komt u geleidelijk aan op het N-Pollesjoch. Dan komt nog een fikse klim naar de Pollesfernerkopf. De top daarvan wordt W omgaan. Over een breed zadel wordt de graat van N. en Z. Polleskogel bereikt, die langs een geul en smalle richels ook omgaan kan worden. Vanaf het Z. Pollesjoch dalen door een steile geul (pas op voor steenslag) en beveiligd door staalkabels naar een uitloper van de Rettenbachferner. Over het rulle sneeuwpad nu moeizaam naar het Pitztalerjoch, vanwaar een goed pad afdaalt naar de Braunschweiger Hütte. Een kolossale Wiener Schnitzel kan daar het loon zijn voor de lange dag. 6. Braunschweiger Hütte - Mittelberg(2 uur) De afdaling naar Mittelberg gaat vrij steil om- laag. Neem er de tijd voor, ondanks de drukte van het dagbezoek is er nog veel te zien, vooral de watervallen in de kloof zijn mooi. Van Mittelberg met de bus naar Jerzens of Imst. In het Oetztal afdalen kan ook, na eerst weer de route via het Pitztaler Joch genomen te hebben. Postbus naar Sölden op de parkeerplaats van het zomerskigebied Rettenbachferner. Literatuur
Rev. Nov 2008
Laatste wijziging 06-11-2008
|
Landelijke agenda |
|||

