|
|
Karwendelgebergte
Nummer: 49
Zwaarte: 2 á 3 Het Karwendelgebergte maakt deel uit van de Noordelijke Kalkalpen en heeft als grenzen: Inndal in de omgeving van Innsbruck, Seefeld, het Isardal, Achendal en Achen-See. Men bereikt het gebied het gemakkelijkst via München of Augsburg; Scharnitz of Seefeld zijn goede uitgangspunten voor tochten door het gebergte. De hoogteverschillen in het gebied zijn niet bijzonder groot; de hoogste toppen zijn nog geen 2700 m hoog en bij slecht weer is men mede door de vele goed onderhouden paden weer spoedig in het dal. Er zijn vrij veel hutten, op niet te grote afstanden van elkaar; de pasovergangen zijn meestal niet moeilijk. De natuur in het Karwendelgebergte is prachtig en als men gemzen wil zien, is dit het aangewezen terrein. De hierna genoemde tocht is over het algemeen eenvoudig, echter de 4e dag is zéér lang (10 uur zonder pauze). U bent dus gewaarschuwd! De overige dagen zijn ook met kinderen goed te doen. Eventueel kan de tocht natuurlijk aangepast worden. Houdt u er wel rekening mee, dat de hutten in het hoogseizoen en in de weekends zeer vol zijn (reserveren); dan evt. een rustdag inleggen en niet verder trekken. Omdat het gebergte bestaat uit kalk, is het arm aan water: beken en bronnen treft u er relatief weinig aan, als men eenmaal op grotere hoogte is. Zorg daarom steeds dat uw veldfles weer gevuld wordt wanneer daartoe gelegenheid is. Het gehele gebied is een Naturschutzgebiet; er mogen dus geen bloemen geplukt worden! Alle hutten zijn bewirtschaftet, d.w.z. er zijn maaltijden verkrijgbaar. Tochtbeschrijving 2. Karwendel-Haus - Falken-Hütte (1845 m, DAV, 123 pl.; 3 uur) Van de hut over het nabij gelegen Hochalm-Sattel en dalen (route nr 201) naar de Kleine Ahorn-Boden, een prachtig gelegen alm met vele hoge bomen en een gedenkteken voor de Alpenpionier Hermann von Barth. Van hier in ZO richting stijgen (nr 201) naar de hut, die zeer fraai temidden van de bergweiden is gelegen aan de voet van de Laliderer Wände, een beroemd klimgebied. Voor enigszins geoefende bergwandelaars; de nabij gelegen Ladiz-Kopf (1921 m) en de Mahn-Kopf (2093 m), met fraaie uitzichten op vooral de Laliderer Wände. 3. Falken-Hütte - Lamsenjoch-Hütte (1958 m, DAV, 101 pl; 4½ uur) Van de hut in O richting naar het Hohl-Joch (1795m) en naar het Wirtshaus "In der Eng" (1218 m, particulier), gelegen op de Grosse Ahorn-Boden, eveneens een prachtige omgeving, doch erg druk in het seizoen (auto-rijweg). Van hier stijgend in ZO richting (nr 201) naar de hut, die op een kruispunt van wegen (bergpaden) aan de voet van enkele der hoogste bergen van dit deel van het gebied ligt. Eventuele tochten: Schafjöchl (2157 m, 1 u), Sonn-Jöchl (2457 m, 3½ u). Aangezien dit een pittige route is het volgende: 4. Lamsenjoch-Hütte - Halleranger-Haus (1768 m, DAV, 80 pl.; 10 uur!) Een lange en pittige tocht. Van de hut in W richting (nr 226) naar de Lamsen-Scharte (2217 m) en nu dalend door het nauwe Zwerchloch tot een hoogte van ca. 1000 m is bereikt. Nu westelijk over een aanvankelijk vlak lopend pad (nr. 224) het Vomper-Loch in en langzaam stijgend naar het Ueberschall-Joch (1910 m). Van hier langs het Wirtshaus Halleranger Alm naar de even verder gelegen hut. Deze is prachtig gelegen in een bos nabij de bronnen van de Isar gelegen. 1e alternatief: via weg nr.227 afdalen door het Stallental naar Schwaz, trein naar Hall i.T en overnachten in b.v. Hotel Waldser Brücke aan de rand van de stad. Een paar km. ten NW van het hotel aan het eind van een geasfalteerd weggetje en langs route 221 naar Herrenhäser (behoorde vroeger tot de zoutmijnen van Hall, klein museum, restaurant, slaapzalen. Over route 221 via het Stempeljoch naar de Pfeishütte. Van daar is de route weer op te pakken bij 7. 2e alternatief : van de Pfeishütte - Mösl Alm te lopen via weg nr. 210 (Goetheweg) richting Hafelekarspitze, vóór de Hafelerkar in N richting weg 216 Mandltal (dus niet doorlopen tot het Bergstationl die route het Mandltal in is veel moeilijker (al staat het op sommige kaarten precies andersom getekend) . Vanaf Mösl Alm kan men direct naar Scharnitz teruglopen. 5. Halleranger-Haus - Bettelwurf-Hütte (2250 m, OeAV, 46 pl.: 2½ uur) In Z richting (nr 223) naar het Lafatscher Joch (2085 m; rijweg naar Hall i.T.) en van hier linksaf in O richting (nr 222) naar de hut. Fraai uitzicht op Inndal en Zillertaler Alpen. -Eventueel van hier beklimming van de Grosse Bettelwurf (2725 m, ca. 2 uur). 6. Bettelwurf-Hütte - Pfeis-Hütte (1940 m, OeAV, 77 pl.; ca. 3 uur) In W richting (222) naar het Lafatscher Joch en van hier dalen naar de wegsplitsing Kohlstatt (1978 m). Nu ofwel op hoogte blijven over de Wilde-Bande-Steig (enige kabels en ijzeren pennen) naar het Stempel-Joch (2215 m), ofwel dalen via de Issanger (nr 223) en van hier weer stijgen naar het Joch. (Van dit Joch eventueel in zeer eenvoudige kletterei in 1 u 15 min naar de Grosse Stempeljoch-Spitze). Dalend naar de hut. Van de hut eventueel via een deel van de Goethe-Weg (219) naar de Manndl-Spitze (2364 m; 1½ uur), Gleirsch-Spitze (2317 m, 2 uur) of Rumer-Spitze (2453 m, 1½ uur), alle met fraaie uitzichten. 7. Pfeis-Hütte - Solstein-Haus (1805 m, OeAV, 68 pl.; ca. 4½ uur) Omdat een tocht verder in westelijke richting door Innsbruck's "Nordkette" moeilijk is, leidt de weg door 2 dalen naar het doel. Eerst dalend door het Samer-Tal naar het Forsthaus Amtssäge (meestal gesloten) op een kruispunt van wegen en paden (1190 m). Nu in Z richting (nr 213) door het Grosse Kristen-Tal omhoog, grotendeels door bos, naar de hut die op het Erlen-Sattel is gelegen. Fraaie uitzichten op de diverse ketens van het Karwendel-gebergte en op de Stubaier Alpen. - Eventueel naar de Grosse Solstein (2540 m, 2 uur, met groots uitzicht) of de Erl-Spitze (2404 m, ca. 1½ uur), beide niet moeilijk. 8. Solstein-Haus - Nördlinger Hütte (2238 m, DAV, 36 pl.; 4 uur) Van de hut stijgend via nr 212 naar de Eppzirler Scharte (2093 m). Na ca 20 minuten dalen naar een pad op hoogte blijvend in W richting; dit nemen. Na geruime tijd komt men bij het pad dat van de Epp-zirler Alm omhoog leidt. Dan in W richting,deels Z richting verder stijgend naar het Ursprung Sattel (2087 m) en verder stijgend naar de hut. De reeds vóór de Eppzirler Scharte afslaande Freiungen-Höhenweg is niet aan te bevelen wegens de technische moeilijkheden. Van de hut fraaie uitzichten op Wetterstein, Mieminger Berge, Oetztaler Alpen, Stubaier Alpen en Zillertaler Alpen. De Reitkar-Spitze (2373 m) is in 15 minuten te beklimmen; zelfde uitzicht, doch nog meer omvattend. 9. Nördlinger Hütte - Scharnitz (965 m, hotels en pensions; ca. 4½ uur) Via een deel van de heenweg dalend door het Eppzirler Tal in N richting naar de halteplaats Giessenbach aan de spoorlijn van Innsbruck naar Mittenwald en langs de westzijde van de beek in NO richting terug naar het uitgangspunt Scharnitz. Opmerking
Rev. Nov. 2008
Laatste wijziging 02-11-2008
|
Landelijke agenda |
|||

