|
|
Karnische Alpen
Nummer: 47
Zwaarte: 2 De Karnische Alpen vormen de Oostenrijks-Italiaanse grens tussen het Pustertal (dal van de Drau) en het dal van de Gailitz; ze behoren tot de Zuidelijke Kalk-Alpen. De meer dan honderd km lange keten wordt op slechts twee plaatsen door een N/Z-wegverbinding onderbroken, namelijk door de Plöcken-pas en de Nassfeld-Strasse, die van Kötschach-Mauthen resp. Hermagor (beide in het Gaildal) naar Italië voeren. Het hier beschreven deel van de keten is een bijzonder stil gebied; de eertijds aanwezige hutten waren namelijk in WO grotendeels verwoest, afgebrand of vervallen, zodat geen bezoek mogelijk was. Later zijn er enige kleine, nieuwe hutten geopend (juli, augustus, september) en is een doorlopende hoogteweg gereedkomen (nr 403, echter soms ook abusievelijk nr 402 genoemd); deze hoogteweg leidt van Sillian in het Draudal naar Thörl-Maglern nabij de grensovergang van Villach naar Tarvisio, over een totale lengte van bijna 200 km. Men bereikt het gebied vanuit Nederland het gemakkelijkst via Innsbruck, Brennerpas en het Pustertal. Nadat men aldus rijdend vanuit Italië juist weer terug is in Oostenrijk, is men ook reeds bij het beginpunt Sillian van de hierna beschreven huttentrektocht, die het tracé van de hoogteweg volgt. De hoogteweg loopt voor het overgrote deel over Oostenrijks gebied, enkele delen echter over Italiaans gebied. Theoretisch mag men natuurlijk, zoals bij alle grenzen van alle landen, slechts via de officiële doorlaatposten het land binnenkomen of verlaten; in de praktijk wordt evenwel niemand, mits voorzien van geldige grenspapieren, iets in de weg gelegd. Door zijn geaardheid vindt men vrij weinig water in de hogere delen van het gebergte; neem altijd voldoende mee in de veldflessen! Het terrein is niet eenvoudig en wat minder geschikt voor beginners; men moet bij voorkeur beschikken over enige jaren ervaring en enige kennis van touwtechnieken. Omdat er hier in de jaren 1915 - 1918 een frontlinie lag, zijn er nog vele overblijfselen uit die tijd in het terrein aanwezig. Trektocht 2. Sillianer-Hütte - Obstansersee-Hütte (2304 m, OeAV, 18 pl., bew.; 4 uur) Van de hut in O richting langs de kam via Hochgränten (2429 m), Demut (2591 m) en de Schöntalhöhe (ca 2650 m). Tenslotte vrij steil naar beneden waar in een grote dalkom naast de Obstanser-See de gelijknamige hut is gelegen. Onderweg, zoals ook alle volgende dagen, fraaie uitzichten naar N en Z. Vanuit de hut eventueel de Cima Frugnoni (2539 m) bestijgen. 3. Obstansersee-Hütte - Neue Porze-Hütte (1900 m, OeaV, ca. 20 pl., bew.; 4½ uur). Het eerste deel van dit traject kan afgelegd worden: a) van een "gesicherter Weg" die in ongeveer Z richting over Pfann-Spitze (2678 m) en Grosser Kinigat (2671 m) naar het Filmoor-Sattel (ca 2450 m) verloopt, b) via een eenvoudiger weg door eerst NO af te dalen tot ca 1700 m hoogte, daarna ZO langs de Kinigat te stijgen naar het Filmoor-Sattel voornoemd (ca 2½ uur). Bij dit zadel staat de unbewirtschaftete Standschutzenhütte "Filmoor", die voorzien is van een AV-slot en waarin o.m. aanwezig zijn Lagerplaatsen, kachel, waterleiding en sanitaire voorzieningen. Gelet op de lengte van de trajecten zal men in het algemeen hier niet willen overnachten. Van hier wederom in O richting boven de Obere Stuckensee langs en over de Hertriegel (2170 m) naar de hut (2 uur; totaal 4½ uur). Vanuit de hut kan men o.m. beklimmen: Porze-Spitze (2589 m), Rosskar-Spitze (2511 m), Bä- renbadeck (2430m) en andere toppen. De moeilijkheidsgraad is verschillend. Informeer ter plaatse, welke tochten in uw geval geschikt zijn. 4. Neue Porze-Hütte - Unterkunft Mitterkar (1900 m, OeAV, ca. 20 pl., vooralsnog unbewirtschaftet; 4 tot 5 uur). De route verloopt eerst in NO richting naar de Berger Alm; van hier langs Hochspitzen naar het Mitterkar en langs de kam naar het gelijknamige Unterkunft, waarbij men zich een zéér eenvoudig iets moet voorstellen (soms namelijk ook aangekondigd als "offene Unterstandshütte" met als enige uitrusting een bronnetje voor water. Men moet daarom erop rekenen dit traject te combineren met het volgende. 5. Unterkunft Mitterkar - Hochweissteinhaus(1905 m, 36 pl, bew; 4uur) Via de Zererhöhe (2460 m) langs de Steinkarspitze naar het Luggauer Törl(2226 m) en van hier dalend naar het Hochweisssteinhaus, dat onder het Ofnerjoch in een grote dalkom is gelegen. Men kan de hut uit de Hochweisstein (Monte Peralba, 2693 m; 2½ uur) beklimmen een uitzichtberg van de eerste orde en zeer de moeite waard. Men moet onderweg een heel kort stukje klauteren. 6. Hochweisstein-Haus - Eduard-Pichl-Hütte (1905 m, OeAV, 57 pl, bew.; 6 uur) Er zijn weer twee routes a) die via Italië, Oefner-Joch (2011 m), Casera Fleons en Giramondopas (2166 m), waar weer Oostenrijks gebied wordt bereikt, b) geheel via Oostenrijk, dalen naar de Ingrid-Hütte en vervolgens O stijgend naar de Schreibach-Höhe (2072 m) en van hier via Obergailerjoch (2218 m) en Kreuzleitenjoch (ca. 2100 m) eveneens naar de Giramondopas. Deze route is echter ca. 3 uur langer dan die sub. a. Van hier eerst dalend naar de Obere Wolayer Alm en naar de aan de Wolayer-See gelegen hut. Men is hier in het hart van het gebergte, dat hier het Biegengebirge genoemd wordt. Men kan ook hier omringende toppen bezoeken, zoals de Rauchkofel (2460 m, 1½ uur), of zelfs een "gesicherte Kletterroute" doen zoals die op de Hohe Warte (2780 m). Het zijn meest geen eenvoudige touren. 7. Eduard-Pichlhütte - Plöckenhaus(1209 m,part,35 pl,bew,3½ uur) Via het nabije ValentinTörl(2132 m) in O richting onder de indrukwekkende Kellerwand door langs de Obere ValentinAlm(1550 m)en ZO aanhoudend dalend later iets stijgend naar het Plöckenhaus, dat gelegen is aan de vrij druk bereden Plöckenpass-Strasse, waarover een postbusverbinding met Kötschach-Mauthen en met Tolmezzo.Hier zijn enige topbeklimmingen mogelijk zoals:Grosser Pal(1809 m, 2½ uur) en Polinik (2331m,3½ u), beide niet moeilijk, alsmede wat zwaardere topbeklimmingen. 8. Plöcken-Haus - Dr. Ernst-Steinwender-Hütte (Zollner-Hütte, 1720 m, OeAV, 20 pl., bew.; 5½ uur) De route verloopt via het Angerbach-Tal naar de Köderkopfe (ca 2200 m) en dan bovenlangs de Talschluss van de Kronhofgraben naar de Obere Bischof-Alm; vervolgens dalend naar de van verre reeds zichtbare Zollner-See met de hut. Men kan van hier de Hohe Trieb (2199 m) beklimmen (alleen voor zeer goed geoefenden) 9. Dr. Ernst-Steinwender-Hütte – Nassfeldhaus (1550 m, OeAV, 100 pl, bew, 6 uur) De tocht verloopt over de Straniger Alm(1479 m),(part.bew. hut) en verder langs de Hochwipfel (ca 2000 m)naar het Ratterdorfersattel(1783 m).Van hier deels over Ital.gebied ten Z van de Trogkofel langs naar het Rudnigsattel (Sella di Aip, 1945 m). Nu via de Madritschen dalend naar het Nassfeld-Haus, gelegen aan de tweede pasweg, die echter belangrijk verkeersarmer is dan de Plöckenpas. Men kan van hier de Gartnerkofel (2195 m) beklimmen en genieten van een fraai uitzicht op Hermagor en omgeving. Deze berg is in botanische zin beroemd, omdat hij een van de twee europese vindplaatsen is van de Wulfenia Carinthiaca, een met blauwe bloem in juni/juli bloeiende plant, die op andere standplaatsen onherroepelijk dood gaat. 10. Nassfeldhaus - Hermagor 600 m; een vrij grote plaats met vele overnachtingsmogelijkheden; 4 à 5 uur) Dit traject is zo gekozen dat zoveel mogelijk natuurschoon wordt genoten. Van de hut eerst in O richting stijgend naar het zadel ten Z van de Gartnerkofel (1885 m). Dalen naar de Garnitzenalm en van hier steeds dalend door de Garnitzengraben naar de Garnitzenklamm, een kloof van woeste schoonheid (weg nr 409). In totaal ca 1300 m dalen. Literatuur
Kaarten
Laatste wijziging 18-04-2006
|
Landelijke agenda |
|||

